15-02-11

Voor Carl

Jongen, kerel, rood,

dat is het kleur van je dood.

Had jij geen taal, ik had ze.

Had jij geen tranen, ik wou ze.

Had jij geen rug, ik was ze.

Had jij geen vuist, ik sloeg ze.

 

En waarom het daarom en

dan nog zo, zo vrij

maar diep tegelijk,

laat het een vraag.

 

En toch, jongen, kerel, rood,

met jouw gebogen zijde en

wijkende lach wou je

in dit leven een nodige

vogel zijn.

 

Maar je liet je ontvangen

door die open hemel, rood,

waarin jij nooit geloofde,

waaraan jij zomaar

je lichaam ontsloot.

18:40 Gepost door Thomas Holvoet in Dood, poëzie | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |